aanslaan |
bevestigen |
afvallen |
Van de wind af draaien. |
| bakboord |
links |
| beleggen |
Vastmaken (van een val). |
| buiswater |
Golven die tegen de boeg klotsen, bij harde wind spat het soms de kuip in. |
| draaipunt |
Denkbeeldig punt waar de boot om draait (doorgaans vlak achter de mast). |
| gijpen |
Het grootzeil overzetten als je voor de wind gaat. |
| hoge kant |
De kant waar de wind vandaan komt. |
| hogerwal |
De wal waar de wind vanaf waait. |
| hozen |
Het water uit de boot scheppen. |
| huik |
Afdekkleed voor het grootzeil. |
| jagen |
De boot vanaf de wal voorttrekken. |
| killen van het zeil |
Het zeil klappert omdat de wind aan de verkeerde kant van het zeil. |
| lage kant |
De kant waar de wind naartoe waait. |
| lagerwal |
De wal waar de wind naartoe waait. |
| laveren |
Afwisselend over beide boegen hoog aan de wind zeilen. Is hetzelfde als 'opkruisen'. |
| lijzijde |
De lage kant van de boot, de kant waar de wind naartoe waait. |
| loefzijde |
De hoge kant van de boot, de kant waar de wind vandaan komt. |
| nachtklaar maken |
Het opruimen van de boot na het zeilen zodat je erin kan gaan slapen. |
| opkruisen |
Afwisselend over beide boegen hoog aan de wind zeilen. Is hetzelfde als 'laveren'. |
| oploeven |
Naar de wind toe draaien. |
| opschieten |
Een lijn met de hand in grote lussen oprollen zonder dat de lijnen gedraaid komen te zitten. |
| overstag |
Met de voorkant van de boot door de wind draaien, zodat de zeilen over de andere zijde van de boot komen te staan. |
| rak |
De rechte lijn over het water van het ene punt naar het andere. |
| reven |
De oppervlakte van het zeil kleiner maken. |
| spring |
Een extra lijn waarmee de boot vastlegt zodat deze niet meer heen en weer kan schommelen. |
| strijken |
Een zeil naar beneden laten zakken. |
| stuurboord |
rechts |
| verlijeren |
Zijwaarts geblazen worden ('afdrijven'). |
| vieren |
Het losser zetten van schoot en zeil. |
| vooronder |
Ruimte onder het voordek. |
| zelflozer |
Afsluitbaar loosgat om water in de kuip te laten weglopen. |